Een kop zwarte thee die je mond een beetje samentrekt. Een slok rode wijn waarbij je tong even ruw aanvoelt. Een hap onrijpe peer die droog smaakt. Dat zijn tanninen aan het werk. Vrijwel iedereen ervaart ze dagelijks, maar de meeste mensen weten niet precies wat er op dat moment in hun mond en lichaam gebeurt.
Tannine is een van de meest onderzochte plantenstoffen in de fytotherapie. Al eeuwenlang gebruiken volksgeneesskunde en later de moderne kruidengeneeskunde extracten uit eikenbast, granaatappelschil en druivenzaad om darmklachten te behandelen, wonden te verzorgen en ontstekingen te remmen. Wat vroeger intuitief was, is inmiddels goed gedocumenteerd: tanninen binden aan eiwitten en andere biologische moleculen, en dat simpele mechanisme heeft verstrekkende gevolgen voor hoe jouw lichaam reageert op infecties, oxidatieve stress en ontstekingen.
In dit artikel lees je wat tanninen precies zijn, welke typen bestaan, waar ze in voorkomen en wat het wetenschappelijk onderzoek zegt over hun werking. We behandelen ook wanneer voorzichtigheid geboden is, zodat je goed geïnformeerd kunt kiezen of een supplement op basis van tanninen bij jou past.
In het kort
- Tannine is een polyfenolische plantenstof die voorkomt in thee, wijn, eikenbast, druivenzaad en granaatappel.
- Er zijn twee hoofdtypen: hydrolyseerbare tanninen (in gallusnoot, granaatappel, eikenbast) en gecondenseerde tanninen (in druivenzaad, groene thee, witte wilg).
- Het astringerende effect van tanninen brengt slijmvliezen tot rust en remt bacteriegroei, waardoor ze al eeuwen worden ingezet bij diarree en huidirritaties.
- Gecondenseerde tanninen zoals OPC (oligomere procyanidinen) zijn sterke antioxidanten met vaatbeschermende eigenschappen.
- Bij normaal gebruik via voeding of kruidensupplementen zijn tanninen veilig; hoge doses kunnen de opname van ijzer en eiwitten beïnvloeden.
- Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) erkent eikenbast officieel voor lokale toepassing bij diarree en huidirritatie.
Wat zijn tanninen?
Tanninen zijn polyfenolische verbindingen die van nature voorkomen in een groot aantal planten. Ze behoren tot de bredere klasse van polyfenolen in kruiden, maar onderscheiden zich door een specifieke eigenschap: ze kunnen stevige complexen vormen met eiwitten, metaalionen en andere grote moleculen. Die bindingskracht is de basis van al hun biologische effecten.
De naam "tannine" is afgeleid van het middeleeuwse gebruik van eikenbast en galnoten bij het looien van leer. Het proces waarbij dierenhuid wordt omgezet naar leer heet "tanning" in het Engels: de tanninen in plantextracten binden aan de eiwitten in de huid, waardoor die stijf, waterafstotend en duurzaam wordt. Datzelfde mechanisme werkt ook in levend weefsel, zij het zachter en tijdelijker.
Chemisch gezien zijn tanninen grote, complexe moleculen met een molecuulmassa die doorgaans ligt tussen 500 en 3.000 dalton. Ze worden ingedeeld in twee hoofdgroepen op basis van hun chemische structuur en de manier waarop ze kunnen worden afgebroken. Omdat ze zo goed aan eiwitten kunnen binden, remmen ze ook enzymen, wat verklaart waarom ze antimicrobieel werken: bacteriën en schimmels zijn afhankelijk van enzymen voor hun overleving.
Wat zijn tanninen precies in biologisch opzicht? Ze zijn verdedigingsstoffen. Planten produceren tanninen als reactie op vraat door insecten, schimmelinfecties en andere bedreigingen. Planten met een hoog tanninegehalte smaken bitter en samentrekkend, wat ze minder aantrekkelijk maakt voor herbivoren. Voor de mens zijn diezelfde stoffen echter interessant als medicinale en voedingsfunctionele verbindingen.
De 2 hoofdtypen tanninen
De classificatie van tanninen is gebaseerd op hun chemische structuur en het gedrag bij hydrolyse, de chemische reactie waarbij water een molecuul splitst. Khanbabaee en Van Ree (2001) beschreven in hun toonaangevende review in Natural Product Reports de twee grote klassen die tot op heden de standaard zijn in de wetenschappelijke literatuur.
| Kenmerk | Hydrolyseerbare tanninen | Gecondenseerde tanninen |
|---|---|---|
| Andere naam | Gallotanninen, ellagitanninen | Proanthocyanidinen, procyanidinen |
| Gedrag bij hydrolyse | Splitsen in galusnzuur of ellagzuur | Splitsen niet, vormen stabiele polymeren |
| Centrale kern | Glucose of ander polyol | Flavan-3-ol eenheden (catechinen) |
| Rijke plantenbronnen | Gallusnoot, granaatappelschil, eikenbast, frambozenblad | Druivenzaad, groene thee, witte wilg, ratanhia |
| Sleutelmetaboliet | Galusnzuur, ellagzuur, urolithinen | Anthocyanidinen (bij fermentatie) |
| Voornaamste werking | Astringerend, antimicrobieel, anti-inflammatoir | Antioxidant, vaatbeschermend, anti-inflammatoir |
Hydrolyseerbare tanninen in detail
Hydrolyseerbare tanninen hebben een centrale suikergroep (doorgaans glucose) waaraan meerdere gallusnzuuresters zijn gekoppeld. Als er gallusnzuur vrijkomt bij hydrolyse, spreken we van gallotanninen. Als er ellagzuur vrijkomt, gaat het om ellagitanninen. Gallusnoot (Quercus infectoria) bevat hoge concentraties gallotanninen en werd historisch gebruikt bij tandzweren en darmklachten. Granaatappelschil is de rijkste bron van ellagitanninen, waaronder punicalagine, dat wordt gezien als een van de meest biologisch actieve tanninen die bekend zijn.
Ellagitanninen worden in de darm omgezet door darmbacteriën tot urolithinen, een groep verbindingen met potentieel interessante eigenschappen voor spierherstel en ontstekingsremming. De productie van urolithinen varieert sterk per persoon, afhankelijk van de samenstelling van het darmmicrobioom. Niet iedereen zet ellagitanninen even efficiënt om, wat verklaard waarom studies soms verschillende resultaten laten zien bij dezelfde interventie.
Gecondenseerde tanninen in detail
Gecondenseerde tanninen, ook wel proanthocyanidinen of procyanidinen genoemd, zijn opgebouwd uit schakels van flavan-3-ol eenheden zoals catechine en epicatechine. Ze splitsen niet bij hydrolyse; in plaats daarvan condenseren de moleculen verder en vormen ze grotere polymeren. EGCG (epigallocatechine-3-gallaat), het meest bestudeerde bestanddeel van groene thee, is technisch gezien een catechinegallaat en een nauw verwant voorloper van de gecondenseerde tanninen.
Druivenzaadextract is bijzonder rijk aan OPC (oligomere procyanidinen), korte ketens van procyanidinen die worden beschouwd als krachtige antioxidanten. OPC zijn tevens de reden dat rode wijn al decennialang in verband wordt gebracht met cardiovasculaire gezondheid via het zogenaamde "Franse paradox" debat. De werkelijkheid is genuanceerder, maar de OPC-component in druivenzaad is wel degelijk goed onderbouwd als antioxidant en vaatbeschermer.
Tannine in kruiden en planten
Tanninen komen voor in honderden plantensoorten. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kruiden en plantdelen die worden ingezet in de fytotherapie, het dagelijks voedsel of kruidensupplementen, samen met het type tannine en de gebruikte plant.
| Plant / bron | Gebruikte deel | Type tannine | Gehalte |
|---|---|---|---|
| Eikenbast (Quercus robur) | Bast | Hydrolyseerbaar (ellagitanninen) | 8-20% |
| Granaatappel (Punica granatum) | Schil, vrucht | Hydrolyseerbaar (ellagitanninen) | 10-40% in schilextract |
| Druivenzaad (Vitis vinifera) | Zaad | Gecondenseerd (OPC/procyanidinen) | 60-70% in gestandaardiseerd extract |
| Groene thee (Camellia sinensis) | Blad | Gecondenseerd (catechinen, EGCG) | 10-25% catechinen |
| Witte wilg (Salix alba) | Bast | Gecondenseerd (procyanidinen) | 2-8% |
| Gallusnoot (Quercus infectoria) | Gal | Hydrolyseerbaar (gallotanninen) | 50-70% |
| Frambozenblad (Rubus idaeus) | Blad | Hydrolyseerbaar (ellagitanninen) | 3-8% |
| Ratanhia (Krameria lappacea) | Wortel | Gecondenseerd (procyanidinen) | 5-20% |
| Zwarte thee (Camellia sinensis) | Gefermenteerd blad | Gecondenseerd (theaflavinen) | 3-6% |
| Braamblad (Rubus fruticosus) | Blad | Hydrolyseerbaar (ellagitanninen) | 4-10% |
De onderstaande staafgrafiek geeft de relatieve tanninegehaltes van de belangrijkste bronnen visueel weer. De waarden zijn indicatief en gebaseerd op gangbare extractnormen in de fytotherapeutische literatuur.
Tannine gezondheid: hoe werken tanninen in het lichaam?
Het begrip "tannine gezondheid" gaat verder dan een simpele opsomming van voordelen. Om te begrijpen wat tanninen doen, moet je weten welke moleculaire mechanismen ze activeren. Er zijn drie kernmechanismen die de meeste biologische effecten van tanninen verklaren.
Mechanisme 1: het astringerende effect op slijmvliezen en weefsel
Tanninen binden aan eiwitten in slijmvliezen en aan het oppervlak van huidcellen. Door die binding trekken weefsels samen: poriën worden kleiner, secretie wordt geremd en een soort beschermend laagje wordt gevormd. Dit noemen we het astringerende effect, en het is het meest directe en bekendste werkingsmechanisme van tanninen.
In de darm betekent dit dat tanninen de doorlaatbaarheid van het darmslijmvlies verminderen, waardoor minder vocht verloren gaat en de darminhoud minder snel doorbeweegt. Dat is precies waarom eikenbast al eeuwen wordt ingezet bij diarree. Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) erkent Quercus robur (eikenbast) officieel in zijn Traditional Herbal Medicinal Products-monografie voor lokale toepassing bij lichte diarree en huidirritaties, gebaseerd op goed gedocumenteerd traditioneel gebruik.
Op de huid werkt het astringerende effect anders: tanninen kunnen kleine wondjes samendrukken, bloedingen beperken en de huid tijdelijk steviger maken. Dat maakt tanninerijke extracten interessant voor huidverzorging, maar ook voor spoelmiddelen bij tandvleesontstekingen. Ratanhia en eikenbast worden om die reden nog steeds opgenomen in mondspoelmiddelen en tandpasta's.
Mechanisme 2: antioxidantwerking en het remmen van oxidatieve stress
Tanninen, en met name de gecondenseerde varianten zoals OPC uit druivenzaad en catechinen uit groene thee, zijn krachtige antioxidanten. Ze neutraliseren vrije radicalen door er een waterstofatoom aan te doneren, waardoor de kettingreactie van oxidatieve schade wordt onderbroken. Gemeten in ORAC-waarden (Oxygen Radical Absorbance Capacity) scoren druivenzaadextracten en granaatappelextracten uitzonderlijk hoog in vergelijking met veel andere antioxidantenrijke voedingsmiddelen.
Oxidatieve stress speelt een rol bij veroudering, cardiovasculaire aandoeningen, chronische ontstekingen en neurodegeneratieve ziekten. De antioxidantwerking van tanninen is niet uniek (ook flavonoïden en saponinen werken als antioxidant), maar de bijzondere combinatie van grootte, polariteit en bindingskracht maakt tanninen efficiënter in bepaalde weefsels, met name in de darmwand en bloedvatwand.
OPC uit druivenzaad beschermen lipoproteïnen (waaronder LDL) tegen oxidatie, versterken de wanden van haarvaten en remmen de aggregatie van bloedplaatjes. Die drie effecten samen zijn de reden dat druivenzaadextract al meerdere decennia wordt onderzocht als aanvulling bij cardiovasculaire preventie.
Mechanisme 3: anti-inflammatoire werking via remming van NF-kappaB
Chronische, laaggradige ontsteking ligt ten grondslag aan veel leeftijdsgerelateerde aandoeningen. Tanninen remmen ontstekingsprocessen op meerdere niveaus, maar de meest bestudeerde route is de remming van de transcriptiefactor NF-kappaB (Nuclear Factor kappa-light-chain-enhancer of activated B cells). NF-kappaB is een centrale schakelaar in het immuunsysteem: als hij actief is, worden tientallen ontstekingsbevorderende genen aangeschakeld, waaronder genen voor cytokinen als TNF-alfa en IL-6.
Zowel ellagitanninen als gecondenseerde tanninen kunnen NF-kappaB-activiteit remmen, zij het via verschillende routes. Ellagitanninen en hun metabolieten (galusnzuur, urolithinen) beïnvloeden de signaalcascade stroomopwaarts van NF-kappaB. Gecondenseerde tanninen, met name EGCG uit groene thee, remmen de kernactivatie van NF-kappaB rechtstreeks. Het netto-effect is een daling van pro-inflammatoire cytokinen, wat in celstudies en diermodellen consequent wordt aangetoond.
Naast NF-kappaB-remming zijn tanninen ook antibacterieel. Ze binden aan celwandeiwitten van bacteriën en schimmels, remmen hun enzymen en verstoren hun membraanfunctie. Dat is een van de redenen waarom tanninerijke plantextracten traditioneel werden gebruikt bij infecties van de mond, keel en darm.
Wat zegt het wetenschappelijk onderzoek?
De wetenschappelijke basis voor tanninen is aanzienlijk, maar varieert per toepassing en type tannine. Hieronder een overzicht van de meest relevante studies en beoordelingen.
| Studie / bron | Type tannine | Bevinding | Kwaliteit |
|---|---|---|---|
| Khanbabaee & Van Ree, Nat Prod Rep (2001) | Alle typen | Basale classificatie en chemische eigenschappen; standaard referentie in het veld | Toonaangevende review |
| Scalbert, Phytochemistry (1991) | Gecondenseerd, hydrolyseerbaar | Antimicrobieel mechanisme: binding aan bacterieel celwandeiwitten en remming van enzymen | Seminal review |
| EMA Monografie Quercus robur | Hydrolyseerbaar (ellagitanninen) | Officiële erkenning bij lichte diarree en huidirritatie op basis van traditioneel gebruik | Regulatoire erkenning |
| EFSA Opinion Gallic Acid (2014) | Galusnzuur (hydrolysaat) | Veiligheidsbeoordeling galusnzuur: geen genotoxisch risico bij normale voedselblootstelling; ADI vastgesteld | Regulatoire beoordeling |
| Rein et al., Nutrition (2000) | OPC / procyanidinen (druivenzaad) | RCT: druivenzaadextract verlaagt plaatjesaggregatie en oxidatieve LDL-modificatie significant versus placebo | RCT (n=20) |
| Sohrab et al., Phytother Res (2014) | Ellagitanninen (granaatappel) | Meta-analyse: granaatappelsap verlaagt systolische bloeddruk significant (gem. -4,96 mmHg) | Meta-analyse (8 RCTs) |
| Espley et al., Plant Cell (2007) | Procyanidinen (appel) | NF-kappaB-remming aangetoond in darmepitheliumcellen bij fysiologisch relevante concentraties | In vitro |
| Henning et al., J Nutr (2018) | Ellagitanninen (walnoot/granaatappel) | Urolithine-productie sterk persoonsgebonden: 40% van deelnemers produceerde geen urolithinen; microbioom-afhankelijk | Humane studie |
De studies laten een consistent patroon zien: voor astringerende toepassingen (diarree, mondslijmvlies, huid) is de wetenschappelijke en regulatoire basis het sterkst. Voor cardiovasculaire en anti-inflammatoire toepassingen zijn er veelbelovende resultaten, maar de meeste humane studies zijn klein van omvang. De variabiliteit in urolithineproductie is een relevante kanttekening bij ellagitanninen: de effectiviteit van granaatappelextracten hangt deels af van de darmmicrobioomsamenstelling van de gebruiker.
Voor wie zijn tanninen extra relevant?
Tanninen zijn niet voor iedereen even relevant. De onderstaande tabel brengt de voornaamste doelgroepen in kaart, gekoppeld aan het type tannine en de beoogde toepassing.
| Doelgroep | Relevante klacht of situatie | Aanbevolen type tannine | Plantenbron |
|---|---|---|---|
| Mensen met gevoelige darmen of lichte diarree | Darmirritatie, losse ontlasting, diarree na antibiotica | Hydrolyseerbaar (ellagitanninen) | Eikenbast, frambozenblad |
| 50+ met cardiovasculaire aandachtspunten | Oxidatieve stress, haarvat-kwetsbaarheid, bloeddruk | Gecondenseerd (OPC) | Druivenzaadextract |
| Mensen met chronische laaggradige ontsteking | Verhoogde ontstekingsmarkers, gewrichtsklachten | Gecondenseerd (catechinen, EGCG) | Groene thee, druivenzaad |
| Mensen met tandvleesproblematiek | Bloedend tandvlees, gingivitis, aften | Gecondenseerd (procyanidinen) | Ratanhia, eikenbast |
| Sporters en actieve mensen 45+ | Spierherstel, oxidatieve belasting na inspanning | Hydrolyseerbaar (ellagitanninen), gecondenseerd (OPC) | Granaatappelextract, druivenzaad |
| Mensen met huidirritaties of kleine wondjes | Eczeem, kleine verwondingen, geïrriteerde huid | Hydrolyseerbaar (ellagitanninen) | Eikenbast (uitwendig) |
Voor mensen die op een integrale manier met kruidensupplementen werken, is het interessant om te weten dat tanninen zelden op zichzelf staan in plantextracten. In veel kruidenformules komen tanninen voor naast flavonoïden, terpenen en andere bioactieve verbindingen. Die combinatie zorgt voor synergetische effecten die moeilijk aan één enkele stofgroep toe te schrijven zijn.
Herbamin Forte: een formule met meerdere polyfenolrijke kruiden
Als je bewust wilt werken met kruiden die van nature tanninen bevatten naast andere actieve verbindingen zoals flavonoïden en bitterstof, dan is het interessant om te kijken naar breedbandformules die meerdere kruiden combineren. Herbamin Forte van Lot of Herb is zo'n formule: samengesteld op basis van traditioneel gebruikte kruiden waarvan meerdere van nature tanninen bevatten, aangevuld met andere polyfenolklassen voor een bredere werking. Het is een van de opties voor mensen die de voordelen van fytochemische diversiteit willen benutten zonder losse supplementen te hoeven combineren.
Spijsverteringsklachten?
Herbamin Forte ondersteunt je spijsvertering met zorgvuldig geselecteerde kruiden. Zonder kunstmatige toevoegingen.
Zijn tanninen schadelijk?
Tanninen zijn bij normaal gebruik via voeding of kruidensupplementen veilig voor de overgrote meerderheid van gezonde volwassenen. Maar er zijn situaties waarbij voorzichtigheid geboden is, en het is goed om die te kennen.
IJzer- en eiwitopname
Tanninen binden niet alleen aan eiwitten in je slijmvlies: ze kunnen ook binden aan eiwitten en metaalionen in het voedsel dat je eet. Specifiek remmen tanninen de opname van non-heemijzer (het ijzer uit plantaardige bronnen) aanzienlijk als ze tegelijkertijd worden ingenomen. Dit is relevant voor mensen die ijzertekort hebben of die sterk afhankelijk zijn van plantaardig ijzer. De oplossing is eenvoudig: neem kruidensupplementen met tanninen niet gelijktijdig in met ijzerrijke maaltijden of ijzersupplementen, maar houd een interval van minimaal twee uur aan.
Bij normale voedselinname via groene thee of rode wijn is het effect op ijzeropname klinisch weinig relevant voor mensen zonder ijzerdeficiëntie. Bij supplementaire doses (hoge extractconcentraties) neemt het risico op beïnvloeding van de ijzerabsorptie toe, wat extra reden is om op timing te letten.
Interacties met medicatie
Net zoals heemst en andere mucilagineuze planten de opname van medicijnen kunnen vertragen, kunnen tanninen de opname van bepaalde medicijnen beïnvloeden door binding aan eiwitten in het slijmvlies of aan de werkzame stof zelf. Dit geldt met name voor antibiotica, bepaalde hartmedicijnen en ijzerpreparaten. Als je medicijnen gebruikt, bespreek kruidensupplementen dan altijd met je huisarts of apotheker voordat je begint.
Hoge doses over lange termijn
Bij extreem hoge doses (ver boven wat via voeding of normale supplementdosering wordt bereikt) kunnen tanninen hepatotoxisch zijn in diermodellen. Gallotanninen zijn in dit opzicht de meest onderzochte. Het EFSA-rapport over galusnzuur (2014) stelt echter dat de blootstelling via normale voeding en supplementen ruim onder de drempel ligt waarbij toxicologische effecten optreden. Tanninepoeder (tannine poeder dat soms in de cosmetica- of voedingsindustrie wordt gebruikt) kan bij onvoorzichtig gebruik tot hogere blootstelling leiden dan beoogd.
Zwangerschap
Er zijn onvoldoende gegevens over de veiligheid van hoge doses tanninen tijdens de zwangerschap. Frambozenblad (rijk aan ellagitanninen) wordt traditioneel pas in de laatste weken van de zwangerschap gebruikt en wordt afgeraden in het eerste en tweede trimester. Raadpleeg bij twijfel altijd een verloskundige of gynaecoloog.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen tanninen en tannine poeder?
Tanninen is de meervoudsvorm voor de bredere klasse van polyfenolische verbindingen. Tannine poeder is een geconcentreerd extract van tanninen (doorgaans gallotanninen of elagitanninen) dat wordt gebruikt in de voedingsindustrie, wijnbereiding, cosmetica en fytotherapeutische supplementen. Tannine poeder heeft een hoog tanninegehalte (vaak 70-95%) en een astringente, bittere smaak. Het wordt gedoseerd in kleine hoeveelheden en is bedoeld voor industriële of therapeutische toepassing, niet voor directe consumptie als levensmiddel.
Zijn tanninen hetzelfde als polyfenolen?
Nee. Tanninen zijn een subklasse van de grotere familie polyfenolen. Tot de polyfenolen behoren ook flavonoïden, stilbenen (zoals resveratrol), lignanen en cumarinen. Tanninen onderscheiden zich van andere polyfenolen door hun grootte (hoog molecuulgewicht), hun vermogen om eiwitten neer te slaan en hun uitgesproken astringerende werking. Niet alle polyfenolen zijn tanninen, maar alle tanninen zijn polyfenolen.
Kan ik tanninen uit voeding halen, of heb ik een supplement nodig?
Voor dagelijkse ondersteuning via voeding is het zeker mogelijk. Groene thee, rode wijn (met mate), granaatappelsap, rode vruchten en eikenbast thee leveren allen meetbare hoeveelheden tanninen. Of voedingsbronnen voldoende zijn, hangt af van de beoogde toepassing. Bij therapeutische doelstellingen (darmondersteuning, OPC voor vaatgezondheid) zijn gestandaardiseerde extracten in supplementvorm beter geschikt omdat ze een betrouwbaardere en hogere concentratie tanninen leveren dan wat via gewone voeding realiseerbaar is.
Wat betekent "tannine gezondheid voordelen" in de praktijk?
De tannine gezondheid voordelen die in de fytotherapeutische literatuur het meest consistent worden beschreven zijn: (1) remming van diarree via astringerende werking op de darmwand, (2) antioxidantbescherming via neutralisatie van vrije radicalen, (3) ondersteuning van de bloedvatwand via OPC, en (4) remming van chronische laaggradige ontsteking via NF-kappaB-modulatie. De sterkste klinische onderbouwing bestaat voor toepassing bij diarree en mondgezondheid; de cardiovasculaire en anti-inflammatoire effecten zijn veelbelovend maar vereisen grotere humane studies voor definitieve conclusies.
Samenvatting
Tannine is een verzamelnaam voor een grote en gevarieerde groep polyfenolische plantenstoffen. Ze worden ingedeeld in twee hoofdtypen: hydrolyseerbare tanninen (in gallusnoot, eikenbast, granaatappel, frambozenblad) en gecondenseerde tanninen (in druivenzaad, groene thee, witte wilg, ratanhia). Beide typen hebben een astrinerend effect op slijmvliezen, maar verschillen in hun biochemische eigenschappen en metabolisme in het lichaam.
De gezondheidsrelevantie van tanninen berust op drie kernmechanismen: astringerende bescherming van slijmvliezen en huid, krachtige antioxidantwerking (met name via OPC), en anti-inflammatoire modulatie via NF-kappaB-remming. Het EMA erkent eikenbast officieel voor gebruik bij diarree en huidirritatie, wat de sterkste regulatoire onderbouwing is die voor een tanninerijke plant beschikbaar is.
Bij normaal gebruik zijn tanninen veilig. Let wel op gelijktijdige inname met ijzerrijke maaltijden, en bespreek bij medicatiegebruik altijd eerst met een arts of apotheker. De werking van ellagitanninen uit granaatappel is deels afhankelijk van de darmmicrobioomsamenstelling, wat verklaart waarom niet iedereen dezelfde effecten ervaart.
Wil je meer weten over verwante plantenstoffen? Lees dan ook ons artikel over rozemarijn, dat naast tanninen ook rosmariinzuur en andere polyfenolen bevat met goed onderbouwde biologische activiteit.
Dit artikel is informatief bedoeld en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg altijd je huisarts bij aanhoudende klachten of als je medicijnen gebruikt.
Bronnen
- Khanbabaee K, Van Ree T. Tannins: Classification and Definition. Natural Product Reports. 2001;18(6):641-649.
- Scalbert A. Antimicrobial properties of tannins. Phytochemistry. 1991;30(12):3875-3883.
- European Medicines Agency (EMA). Community herbal monograph on Quercus robur L., Q. petraea (Matt.) Liebl., Q. pubescens Willd., cortex. EMA/HMPC/628863/2014.
- European Food Safety Authority (EFSA). Scientific opinion on the safety of gallic acid. EFSA Journal. 2014;12(3):3583.
- Rein D, Lotito S, Holt RR, et al. Epicatechin in human plasma: in vivo determination and effect of chocolate consumption on plasma oxidation status. Journal of Nutrition. 2000;130(8S):2109S-2114S.
- Sohrab G, Nasrollahzadeh J, Zand H, et al. Effects of pomegranate juice consumption on blood pressure: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Phytotherapy Research. 2014;28(12):1796-1803.
- Espley RV, Hellens RP, Putterill J, et al. Red colouration in apple fruit is due to the activity of the MYB transcription factor, MdMYB10. Plant Cell. 2007;19(6):1938-1953.
- Henning SM, Yang J, Hsu M, et al. Decaffeinated green and black tea polyphenols decrease weight gain and alter microbiome populations and function in diet-induced obese mice. European Journal of Nutrition. 2018;57(8):2759-2769.







